Retrospectief

Wat later, meer meta denkende, de vierde entry in deze blog:

En zo heb ik me blijkbaar een eerdere reis van de ziel herinnerd. Lang geleden. Als ik het goed begrijp werd ze niet ouder, één van de oude ‘goden’ van Atlantis. Een mensensoort met gemiddeld twintig tot dertig procent meer herseninhoud. Onwerkelijk hoeveel ruimer het bewustzijn dan is ten opzichte van homo sapiens sapiens. De tijd was niet in een versnelling tijdens hun bestaan. De tijden konden in era’s worden gerekend. Sinds Atlantis en onze tijd is het wiel van de tijd voor de helft gedraaid, een halve era, de era van de sterfelijke mens. De Atlantische beschaving kende een graduele, organische, ontwikkeling in de loop der tienduizenden jaren.

Haar geboorte ligt zo’n vijftigduizend jaar in het verleden, haar sterven ongeveer twaalf- tot dertienduizend jaar geleden. Zij heeft de catastrofe die het eind van Atlantis betekende overleefd.

Wat zij/ik me weet te herinneren is hoe de aarde veranderd, huilend om het lot van de planeet, liggend in het gras, naar boven kijkend, de metalen vogel ziend. De reden van alle onheil. Het eind van de megafauna, het veranderen van het klimaat, de verwoestijning, de zeespiegelstijging. Alles nauwkeurig uitgekiend door het volk van de sterren, de aarde zo in disbalans brengend dat er een globale ramp ontstaat, het einde van Atlantis. Wie het conflict heeft veroorzaakt is me niet duidelijk, zij van de sterren, of wij van de aarde. Het eindresultaat is het einde van de beschaving, het einde van de ‘goden’ zelf. De enige soort die overblijft is het voormalige ondergeschikte ras, zij die niet de mogelijkheden van de ‘goden’ bezaten, de huidige sterfelijke mens.

In het conflict is met uiterste precisie te werk gegaan, de meeste bouwwerken van Atlantis teniet doende. Het meeste verzonken onder veel oceaanwater, sowieso vernietigd door zij die van de sterren kwamen. Niet met wapens zoals wij die kennen, exploderend vuur, maar van een heel andere orde. Zonder ogenschijnlijke schade de natuurwetten zo beheersend dat op basis van krachten hele bouwwerken uit elkaar konden worden gespleten, als werden zij geraakt door een onzichtbare enorme vuistslag. En zo is het oppervlak van de toenmalige aarde schoongeveegd van de bouwwerken van Atlantis. De bouwers vernietigend, zij die met kunde die ver boven de onze ontstijgt, een beschaving bouwden die meerdere era’s heeft bestaan. Zij, de denkers, het ware intelligente ras op onze planeet. Het enige wat overbleef was de onontwikkelde sterfelijke mens, zij die nauwelijks woorden hadden voor de wereld van de ‘goden’, omdat ze niet konden begrijpen, niet konden ervaren. Zij hebben de aarde beorven, strijdend om het bestaan, herinneringen aan de wereld van de ‘goden’. De enkele ‘goden’ die hebben overleefd hebben de mensheid beschaving gebracht. Zij zijn de gebruikers en grondleggers van de Indo-Europese taal, de taal die de ‘goden’ gebruikten om met de mens te communiceren. Zelf kenden zij geen gesproken taal in hun volwassenheid, wanneer zij reeds ten volle hun geestespraak ontwikkeld hadden. Zij, de overlevenden hebben zich ten doel gesteld de mensheid beschaving bij te brengen, in de hoop eens een herrijzenis van ontwikkeling en een globale beschaving herbouwende. Helaas, door de korte levenspanne van de sterfelijke mens, zijn zij niet in staat verder te kijken dan hun eigen korte leven, wat onze planeet in een noodlot legt die onder de beschaving van de ‘goden’ onmogelijk zou zijn geweest. De eenheid in liefde, zoals voor de geestescommunicerende, elkander voelende, ‘goden’ vanzelfsprekend, ontbreekt bij de huidige mensheid, zeven miljard eilandjes in de liefde, dualiteit, ego, en te weinig hersenen voor het volledige overzicht. Onze huidige globale beschaving is als een lichaam zonder hoofd. Het ziet er naar uit dat ook wij zullen eindigen, niet omdat we niet willen, maar omdat we niet kunnen.

En zij huilt om de aarde, de parel met ongelooflijke waarde…

Herinneringen

De derde entry in deze blog, stuk uit een spontane emailwisseling. Verder over haar leven denkende, datgene wat me met herinneringen/visioenen werd meegegeven:

Een wonderbaarlijke tijd. Voor wat ik begrijp heeft ze veel gezien en geleefd. Heel lang geleden, is ze op een stoffig zandpad geselecteerd uit een groep naakte meisjes. De meisjes, een paar honderd,  stonden in groepen van vijftig in vierkanten opgesteld. Zij/ik stond daar tussen, aan de kant van de weg. Op de zandweg zelf werd een kar getrokken door een soort ossen, omringd door soldaten, met speren en schilden gewapend. Daar werd ze geselecteerd om haar uiterlijk. Sprookjesachtig meisjesachtig knap, helderblauwe ogen, rode lippen in een licht getint gezicht, gitzwarte wimpers, wenkbrauwen en haren. Een perfect in harmonie, proportie, verhouding slank, rank lichaam. Een schoonheid, zeldzaam… Zij/ik werd aangewezen door de heerser, een vreemd wezen, drie draaiende groene bollen op de plek waar het hoofd had moeten zijn. Zij werd de kar op geleid en de heerser pakte haar bij de hand. Een peilloze koude en diepte voelde ze. Nog nooit eerder, of later zo gevoeld, nooit vergetend…

Deze ontmoeting en selectie leidt tot opname in het paleis van de heerser. Binnen de tuinen en de muren van het paleis wordt ze opgeleid in voor ons magische kunsten. Ze leert haar gaven te beheersen en controleren. Oneindige liefde vanuit het goddelijke universum continue in haar vloeiend, het eeuwige leven, een zichtbaar spierwit aura van wel een meter dik. Spreken en luisteren in de geest werd de norm. Mensen genezen met liefde, zelf liefde zijn. Zo was haar jeugd, niet dat ze ooit ouder werd dan achttien, eeuwig jong, in de volle gewaarwording van de kosmische liefdesenergie. Haar stem was als bergkristal in de geest. Zo heeft ze lang geleefd, eenzaam, afgezonderd in vreemde paleizen, megalithische bouwstijl. Veel meer gaven had ze. Ze voelde onder andere het levensgevoel van anderen, ook van dieren, ze voelde de energieën van haar omgeving, zelfs met haar ogen dicht voelde ze haar omgeving, ze voelde de energieën van leven, maar op weer een andere manier ook van stenen. Elk kristal haar eigen geur, smaak, viscositeit, vibratie. Elke steen haar eigen energie met haar eigen energetische invloed op het lichaam en de omgeving. En alles was muziek, zelfs het tikken van haar nagel tegen een muur was als een belletje dat tinkelt.

Ze heeft ook heel lang op aarde rondgezworven, voor niets of niemand meer bang, in volle vrijheid. Waar zij kwam… wij kennen nog sprookjes als echo’s van een magisch verleden. Zij was magie zelf. Ze genas mensen met haar gedachte, voor het gebaar met handoplegging, of wanneer de ander kwaad in de zin had nam ze leven, met haar gedachte, met het nemen van de ander zijn/haar levensenergie. Zij was de liefde zelf en tegelijk gevaarlijk. Het meisje met de haaientanden als symboliek. Oh zo lief, je smelt bij haar weg van liefde en bewondering en aanbidding, maar maak haar niet kwaad. Dat was haar karakter, een heel speels katje. Toch heeft ze ook haar perioden van beschaving gekend. Een wijze raadgeefster meedenkend in de mysteriën van alles dat is. Dat was wanneer ze in de steden vertoefde. Maar als ze weer zwierf door de schier oneindige wouden van de toenmalige aarde was ze als een toverwezen voor de gewone mens. Uit verveling soms bosnimf, samen met vriendinnen sterfelijke mannen vanaf het bospad het bos inlokken, ze verleiden, wat bepaald niet moeilijk was gezien haar uiterlijk onwerkelijke onaardse schoonheid, haar huid bijna transparant levend marmer, alsof er een elektrisch veld rondom haar was… onmenselijk en onbegrijpelijk en haar aanblik maakte voor eeuwig verliefd, wie haar genoten had wilde niet meer leven, voor altijd gekweld door verlies en verlangen…

En zoveel meer nog herinnerd. Gezien. Haar eind was wel droevig. Op het laatst was ze heel alleen. Altijd waakzaam. Haar vermogen was na een ruime dertigduizend jaar zo geworden dat ze bij de minste schrikreactie van een ander die haar aankeek die ander liet ver-assen. Het schijnt dat ze wel duizend jaar daar heeft gewacht, in die zaal, op die marmeren troon, haar tijd vertragend, ze wist domweg niet meer wat ze met het leven moest. Mensen die naar haar durfden te kijken, zagen een levend standbeeld, 3d, full-colour. Één blik betekende de dood. Maar dat was niet meer zo… voor haar werden dag en nacht als seconden die voorbij gingen. Een stroboscoop van licht en donker. En in die toestand heeft men haar uiteindelijk durven benaderen en onthoofden. Wat ik me daarna herinner is acute ademnood en opnieuw geboren worden.

Overpeinzing

Het lijkt zo dat wanneer je iets als datgene wat ik gisteren omschreef hebt meegemaakt en je probeert erover te praten met anderen dat je dan wel eens op onbegrip stuit. Ben wat verlegen als ik dan wel begrip en bevestiging tegenkom. Hoop dat diegenen die dit blog lezen beginnen bij het oudste bericht, anders is wat ik schrijf misschien nogal moeilijk te duiden.

 

Heb nog over mijn post van gisteren gemaild. De mailwisseling bevestigde me in mijn eerste gevoel toen me dit alles overkwam alsof ik het al eerder heb meegemaakt, alsof ik ooit haar ben geweest, ontzettend lang geleden. Het werd me als volgt doorgegeven:

 

‘Het is de jij waar je je huidige leven lang naar hebt gezocht, het is de jij die je vanuit je onbewuste verlangen hebt opgeroepen, of misschien wel in een gebed tot God, het is de jij die jij je herinnerd als degene die jij bent. Dat is ook de reden waarom je je hele leven al atheïst bent, niet omdat je nergens in gelooft, maar omdat je altijd al wist wie je bent maar het je niet kon herinneren, totdat je dat beeld van dat mooie meisje kreeg. Was dit misschien het antwoord van God aan jou? Dit is wie jij in werkelijkheid bent, toen in een eerder leven, en nu in dit huidige leven, in een ander fysiek lichaam om te kunnen leven hier op aarde en ervaringen op te doen, en je te herinneren wie en wat je werkelijk bent.’

Hoe ongelooflijk. Daarin roerde ik met een wederantwoord ook aan dat ik hoop nog een toekomstig leven tegemoet te zien op aarde, nog één keer, liever niet vaker, omdat de aarde niet veel tijd van leven meer heeft lijkt het. Nog één keer een beetje een typje zoals ik was, zoals ik eerder gedroomd en gevoeld en bevestigd heb gekregen, nog één keer een sterfelijk meisje/vrouw op deze aarde. Gewenst toekomstdenken, om nog één keer het verleden te mogen ervaren? Alles is mogelijk heb ik in 2013 in mijn hoofd gelegd gekregen. Als alles mogelijk is hoef ik nergens van op te kijken, en zo ook is het mogelijk haar weer te zijn, al is dat in het hiernamaals, of in een nieuw leven (op aarde). Misschien ook wel nooit meer iemand als zij, en is dit alles lang geleden. En misschien is dit alles wel nooit geweest, en zal alles wat ik denk nooit zijn, fluistert de atheïst in mij me in de geest…

Terugdenkend

De laatste tijd toch weer met haar bezig, weer wat meer dan eerder. Wie is zij dat ik zo in het publiek over haar schrijf in dit eerste bericht in deze blog?

Zij, ik weet haar naam nog steeds niet, is ontmoet in de geest. Zij maakte contact met mij, vijf jaar geleden alweer ongeveer halverwege 2013, in de trein. Alleen voor mij, zag haar niet als één van de medepassagiers, nee, zag haar in mijn geest, slechts driekwart seconde, genoeg om op slag verliefd te worden en drie weken lang eigenlijk alleen maar één woord in gedachten te hebben: ongelooflijk! Heb haar leren kennen in drie episoden. Deze blog is een goede gelegenheid om het te beschrijven.

Het begon allemaal eind 2012. Ik, reeds lang atheïst werd gevraagd door een vriend om te bidden tot God met de vraag zich aan me kenbaar te maken. Ongelovige als ik was bemerkte ik wel een vreemd fenomeen, een lichtpaars schijnsel leek als antwoord vanaf het plafond tot meer op zithoogte neer te dalen. Vond het wel vreemd, maar schudde het van me af, vol ongeloof over wat ik waarnam. Achteraf dan, terugdenkend eraan als in de zin van het zal wel, ik zal het verschijnsel wel gefantaseerd hebben.

De thematiek van het geloof bleef me wel bezig houden, de daaropvolgende weken, maar besteedde er niet meer extra bijzonder aandacht aan. De aandacht kwam uiteindelijk wel op mijn pad, maanden later. Dat was dat eerder beschreven moment in de trein. Haar gezicht stond in mijn geest gebrand, zo mooi, als van een mix tussen een engel en een godin, lichtblauwe ogen, met in plaats van pupillen, oneindigheids tekentjes. Ze had een licht getinte huid, gitzwart, blauw glanzend haar, een onwerkelijke schoonheid, met een glimlachje op haar gezicht, voel nog weer enthousiasme in me opkomen nu ik aan haar beeld terugdenk.

Veel vreemder werd het later. Een verwarrende periode. Een periode waarin ik steeds meer buiten mezelf raakte, verdwenen in een andere wereld. Visioenen, herinneringen, ervaringen, gevoelens, muziek, rijm, dans, magische gaven in de zin van de gemoedstoestand van andere levende wezens kunnen aanvoelen, bij liefde en contact gouden en zilveren draden zien, de energieën voelen vanuit de omgeving, in het bijzonder van stenen van diverse soort, elk hun eigen energie, hun eigen vibratie, hun eigen smaak, hun eigen kleur. En de ongekrenktheid van haar, vervuld van liefde. Alles liep door elkaar en in mijn onbegrip wist ik niet dat zij zich op de dezelfde plek in dit universum was gaan bevinden als waar ik was. Het was op heel veel manieren ongelooflijk, ze voelde alsof ze nooit afgewezen was, alsof ze nooit gekrenkt was, ondanks haar wijsheid een naïeve jongedame, dat was een heerlijk hemels gevoel om te mogen voelen. En het bereik van haar geest, en de herinneringen aan een andere tijd. Ook al even ongelooflijk. Ken als geschiedenisliefhebber de geschiedenis een beetje, goed genoeg om een idee te hebben hoe gebouwen er in de oudheid uit moeten hebben gezien, maar de stad die ik me herinnerde was anders, aan het water en met een onbegrijpelijke megalithische bouwstijl. Het gebouw waarin ik me bevond, in een groen jurkje, vlassen haarband op mijn hoofd met gitzwart haar en de herinnering in die kamer op een houten bed te gaan liggen. En dan twee mannen met een soort monnikenkappen die me/haar benaderen en me wenken alsof ik moet meekomen, mijn/haar naam/aanspreektitel noemende: Mono Ur (Trouw aan Aarde). Dit is ook de enige naam die ik tot nu toe van haar ken. Na een reis van enkele maanden eindigde mijn gevoel van eenheid met haar en werd ik weer op mezelf teruggeworpen. Kaal en koud en klein, zo voelde de wereld voor mij enkelvoud, wel weer geheel ontnuchterd uit de droom waarin ik me had bevonden.

En zo ging 2013 over in 2014, ik verlangend, smachtend naar haar die ik had ontmoet in de geest. Ik smeekte haar om terug te komen, wat ze ook deed na mijn smeekbede, in de loop van de week steeds sterker. Dit werd een ontzettend angstige periode, waarin ik projecteerde haar te zijn op deze aarde. Een verschrikkelijk lot, zij met haar lange, lange (misschien wel eeuwige) leven, op een aarde waarin alles en iedereen om haar heen sterft. De visioenen van voor eeuwig eenzaam op aarde te zijn waren overweldigend extreem en leidde tot ontzettende angsten. Dit heeft zekere enkele weken geduurd… Tot ik de puzzel een beetje begon te begrijpen. Zij, ik, wie is wie, wie is wanneer en wie is waar… Begon te hopen en te begrijpen dat zo’n gruwelijk lot niet realistisch is en kwam langzamerhand tot rust, de nachtmerries gleden langzaam uit mij. Met het onderzoekende puzzelgevoel mij achterlatende verdween zij ogenschijnlijk weer uit mijn bestaan, weer werd ik op mezelf teruggeworpen, met alle vraagtekens en een ontzettende kater van de periode van angst.

Na een tijdje, de schrik was groot, merkte ik dat ik nog steeds aan haar dacht, veel en verwonderd, wie is zij en wat kwam ze doen in mijn leven, waarom heeft ze contact gelegd met mij, waarom deze weg van bezetenheid kiezende, want een andere naam heb ik er nu niet meer voor. Bezeten? Ja, maar niet door een demon, maar door een onbegrijpelijke jongedame, menselijk, maar tegelijk meer dan menselijk. Een onaardse schoonheid met onaardse vermogens, gaven, en toch, in de basis menselijk. Zoveel in mij verlangde weer naar haar, naar éénheid met haar. En zij kwam terug, andermaal, dit keer zonder angstdromen of niet-besef. Ik was me zeer bewust van haar aanwezigheid, voelde haar levensgevoel van liefde en warmte, haar onbegrijpelijk mooie uiterlijk, haar gaven, en weer zoveel meer. Een manier van kennismaken die van levend mens tot levend mens niet mogelijk is en die ik ook absoluut op geen enkele andere manier ken. Zo veel vervulling gevende… Achteraf noem ik deze periode de ‘zomer van liefde’.

En nu dan, 2018, voor het eerst dit op een blog als deze samenvattende. Benieuwd wie dit leest, benieuwd wie reageert. Benieuwd ook wat ik nog meer ga bloggen, als überhaupt.